• Gebruik droog hout met een vochtigheidsgehalte van maximaal 20%.
  • Gezaagd en gekloofd hout moet daartoe minstens 1 tot 2 jaar op een winderige en droge plaats liggen.
  • Eiken, beuken en kastanje branden lang en geeft een goed warm vuur.
  • Berk en populier verbranden erg snel.
  • Dennen, lariks en vuren bevatten veel hars en zorgen voor een meer dan normale roetaanslag.
  • Nat hout verbrandt onvolledig, geeft weinig warmte en veel rook en kans op aanslag op de ruit.
  • Een goed brandend vuur herkent u aan een kleurloze of witte rook.
  • Geschilderd en geïmpregneerd hout is slecht voor het milieu
  • Kachels zijn geen allesbranders: plastic, geverfd of geïmpregneerd hout spaanplaat hout met lijmresten, melkpakken en allerlei huishoudartikelen mogen niet in de kachel. Deze kunnen kankerverwekkende stoffen bevatten.
  • Pas op met stoken van kolen, zij kunnen een te veel aan reukloze koolmonoxide produceren.
  • Haardblokken van geperst papier of houtpulp kunnen de kachel of het kanaal aantasten bovendien is het rendement laag.
  • Indien u het vuur wilt doven, laat het vuur dan uit zich zelf uitgaan
  • Veeg de schoorsteen minimaal 1 x per jaar.
  • Bij mist of windstil weer is het moeilijk voldoende trek in uw schoorsteen te krijgen, stook bij voorkeur op dit soort dagen niet.